ECLI:NL:HR:1999:AA2692
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting na schijnleveringen via gemachtigde
X B.V. kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1990-1994, inclusief een verhoging, welke na bezwaar en beroep gedeeltelijk werd verminderd door het Hof Den Haag. Het Hof oordeelde dat X B.V. via haar gemachtigde B schijnleveringen aan Belgische afnemers had verricht, waarbij geen daadwerkelijke transacties plaatsvonden, en dat de omzetbelasting daarom niet aftrekbaar was.
X B.V. stelde in cassatie dat zij niet op de hoogte was van de schijntransacties en dat het Hof ten onrechte algemene beginselen van behoorlijk bestuur had verworpen. De Hoge Raad stelde vast dat het Hof op basis van feiten en verklaringen terecht had geconcludeerd dat X B.V. bewust medewerking had verleend en zich bewust was van de schijnhandeling.
Verder wees de Hoge Raad klachten over de Belastingdienst af wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing en bevestigde dat het beroep op het EVRM niet slaagde. Het cassatieberoep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de naheffingsaanslag omzetbelasting wegens schijnleveringen.