ECLI:NL:HR:1999:AA2699
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over niet tijdige mededeling verdaging bezwaarschrift belasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, ontving een uitnodiging tot betaling van invoerrecht, accijns en omzetbelasting in verband met vermeende fraude in 1994. Tegen deze uitnodiging werd een bezwaarschrift ingediend. De inspecteur vroeg en kreeg toestemming om de termijn voor uitspraak op het bezwaarschrift met een jaar te verlengen. Deze toestemming werd echter pas na het verstrijken van de oorspronkelijke termijn schriftelijk aan belanghebbende medegedeeld.
Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk omdat de mededeling van de verdaging te laat was. De Hoge Raad oordeelt dat hoewel de mededeling schriftelijk had moeten plaatsvinden vóór het einde van de termijn, het hof ten onrechte belanghebbende niet-ontvankelijk heeft verklaard. De Hoge Raad vernietigt daarom het vonnis van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van het cassatieberoep en bepaalt dat het griffierecht aan belanghebbende wordt vergoed. De uitspraak is gedaan op 17 maart 1999 door een meervoudige kamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug wegens te late schriftelijke mededeling van verdaging bezwaarschrift.