ECLI:NL:HR:1999:AA2709
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-belasting van giften aan stichting ter vermogensversterking
In deze zaak is aan Stichting X voor het jaar 1992 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die na bezwaar werd verminderd. Het Gerechtshof Leeuwarden vernietigde vervolgens deze aanslag en oordeelde dat de ontvangen giften van f 10.785,-- niet tot de winst uit onderneming behoren omdat zij niet als tegenprestatie zijn toegekend maar ter vermogensversterking.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat het voordeel uit de giften wel tot de winst uit onderneming moet worden gerekend omdat het gehele vermogen ondernemingsvermogen is. De Hoge Raad overweegt echter dat niet iedere vermogenstoename automatisch belastbare winst vormt, zeker niet indien de giften uit vrijgevigheid zijn gedaan door derden zonder belang bij de onderneming.
Het subsidiaire verweer dat de giften verband houden met de ondernemingsactiviteiten en daarom belastbaar zouden zijn, faalt omdat het Hof terecht heeft geoordeeld dat de giften zijn gedaan ter bevordering van het doel van de stichting en niet als tegenprestatie.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten. Hiermee blijft het oordeel van het Hof dat de giften niet belast zijn als winst uit onderneming gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen; de giften aan Stichting X zijn geen belastbare winst uit onderneming.