ECLI:NL:HR:1999:AA2745
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperking van navorderingsaanslag inkomstenbelasting na verwijzing
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem over de navorderingsaanslag inkomstenbelasting over het jaar 1985. Na eerdere verwijzing door de Hoge Raad werd de aanslag door het Hof verminderd tot een belastbaar inkomen van f 101.874,-- zonder verhoging.
Belanghebbende voerde onder meer aan dat de bewijslast onjuist was verdeeld en dat het gelijkheidsbeginsel onterecht was verworpen. Het Hof oordeelde dat de praktijk bestond dat bepaalde vennootschappen de rente op spaarbiljetten vrijwel direct opeisten en dat CDK-bank hiervan op de hoogte was bij uitgifte. De Hoge Raad bevestigt dat het Hof de bewijslast correct heeft verdeeld en dat het niet mocht ingaan op het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat dit buiten de verwijzingsopdracht viel.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd buiten behandeling gelaten omdat dit eveneens pas na verwijzing werd ingebracht. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en legt geen proceskostenveroordeling op. Hiermee blijft de vermindering van de navorderingsaanslag door het Hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vermindering van de navorderingsaanslag door het Hof Arnhem.