ECLI:NL:HR:1999:AA2752

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
34529
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Stoffer
  • Zuurmond
  • Pos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzakenArt. 220c Gemeentewet (oud)Art. 248 Gemeentewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie tegen vermindering aanslagen onroerendezaakbelasting gemeente Apeldoorn

Belanghebbende kreeg voor 1996 aanslagen onroerendezaakbelasting opgelegd door de gemeente Apeldoorn gebaseerd op een heffingsgrondslag van 160.000 gulden. Na bezwaar werd deze verminderd tot 149.000 gulden. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Arnhem, dat de aanslagen verder verminderde tot een heffingsgrondslag van 112.000 gulden.

Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad vroeg inlichtingen op over de publicatie van de verordening onroerendezaakbelastingen 1994 en de wijzigingen daarvan, waarop de gemeentesecretaris antwoordde.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte. Er werden geen proceskosten aan de partijen opgelegd. Het beroep werd verworpen en het arrest van het Hof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn wordt verworpen en het arrest van het Hof Arnhem blijft in stand.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 23 juni 1998 betreffende na te melden aan X te Z voor het jaar 1996 opgelegde aanslagen in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Apeldoorn
1. Aanslagen, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende zijn voor het jaar 1996 wegens het genot krachtens zakelijk recht en het feitelijke gebruik van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als a- straat 1, op één aanslagbiljet verenigde aanslagen in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Apeldoorn opgelegd naar een heffingsgrondslag van f 160.000,--, welke aanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van het Hoofd van de afdeling Gemeentebelastingen zijn verminderd tot aanslagen berekend naar een heffingsgrondslag van f 149.000,--. Belanghebbende is van de uitspraak van het Hoofd in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak vernietigd en de aanslagen verminderd tot aanslagen berekend naar een heffingsgrondslag van f 112.000,--. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Het college van burgemeester en wethouders heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Bij brief van de Griffier van de Hoge Raad van 29 januari 1999 zijn inlichtingen gevraagd aan de gemeentesecretaris van de gemeente Apeldoorn betreffende de publicatie van de Verordening onroerende- zaakbelastingen 1994 en de wijzigingen van die verordening. Deze heeft bij brief van 25 februari 1999 geantwoord.
3. Beoordeling van het middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 12 mei 1999 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Zuurmond en Pos, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Dekker-Barendse, en op die datum in het openbaar uitgesproken.
Van het college van burgemeester en wethouders wordt ter zake van het door hem ingestelde beroep in cassatie een recht geheven van f 340,--.