ECLI:NL:HR:1999:AA2765
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- raadsheer Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt navordering vermogensbelasting na teruggaaf op basis van gewijzigd belastbaar inkomen
Belanghebbende kreeg aanvankelijk een aanslag vermogensbelasting opgelegd voor 1993, waarna teruggaaf werd verleend op grond van artikel 14, lid 5, van de Wet op de vermogensbelasting 1964. Vervolgens legde de Inspecteur een navorderingsaanslag op hetzelfde bedrag zonder verhoging, welke na bezwaar en beroep bij het Hof werd gehandhaafd.
De Hoge Raad beoordeelde in cassatie of de navordering terecht was, waarbij werd vastgesteld dat de Inspecteur bij het nemen van beslissingen op verzoeken op grond van artikel 14, lid 6, van de Wet uit mag gaan van het belastbare inkomen zoals vastgesteld in de onherroepelijke aanslag inkomstenbelasting van het voorafgaande jaar. Wijzigingen in dat inkomen door navordering rechtvaardigen navordering van de teruggegeven vermogensbelasting.
Omdat het belastbare inkomen van belanghebbende over het voorafgaande jaar was gewijzigd en de navordering van inkomstenbelasting niet ter discussie stond, oordeelde de Hoge Raad dat het Hof het beroep van belanghebbende terecht had verworpen. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde belanghebbende niet in proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de navorderingsaanslag vermogensbelasting.