ECLI:NL:HR:1999:AA2773
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over niet-ontvankelijkheid bezwaar waterschapsomslag 1993
Belanghebbende werd voor het jaar 1993 een aanslag in de waterschapsomslag opgelegd door het waterschap Gelderse Vallei en Eem, gebaseerd op een heffingsgrondslag van 93.000 gulden. Na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat de heffingsgrondslag onherroepelijk vaststaat omdat belanghebbende geen bezwaar had gemaakt tegen de waarde die ten grondslag lag aan de onroerendgoedbelasting. Op grond van de Waterschapswet artikel 131 lid 3 waren Pro bezwaar en beroep tegen de waterschapsomslag daarom niet toegestaan. Het waterschap had het bezwaar niet ontvankelijk moeten verklaren, en het Hof had de eerdere uitspraak moeten vernietigen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het Hof en de uitspraak van het waterschap, verklaart belanghebbende niet-ontvankelijk in zijn bezwaar en gelast vergoeding van de betaalde griffierechten. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. Het arrest is op 16 juni 1999 uitgesproken.
Uitkomst: Belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar tegen de waterschapsomslag 1993 en de eerdere uitspraken worden vernietigd.