ECLI:NL:HR:1999:AA2781
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen belastingvrijstelling voor lokale publieke radio-omroep
Belanghebbende, een stichting die een lokale publieke radio-omroep exploiteert, was voor het jaar 1994 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar en beroep bij het Gerechtshof Arnhem werd de aanslag gehandhaafd. De stichting stelde dat zij belastingvrijstelling toekomt omdat zij een lichaam is dat een algemeen maatschappelijk belang behartigt en het streven naar winst geheel ontbreekt of van bijkomstige betekenis is.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat haar feitelijke werkzaamheden het algemeen maatschappelijk belang op de voorgrond stellen. De toewijzing van zendmachtiging door het Commissariaat van de Media was onvoldoende bewijs. Uit het programma-overzicht en de omvang van reclame-inkomsten bleek dat de activiteiten vooral gericht waren op het verkrijgen van een zo groot mogelijke luisterdichtheid en reclameopbrengsten.
Belanghebbende leverde geen aanvullende gegevens die tot een ander oordeel konden leiden. Het betoog dat reclamezendtijd als behartiging van het algemeen belang moet worden gezien, werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat diens waardering van de bewijsmiddelen niet in cassatie kan worden getoetst.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest werd op 23 juni 1999 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de stichting geen vrijstelling van vennootschapsbelasting toekomt.