ECLI:NL:HR:1999:AA2783
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing naheffingsaanslag omzetbelasting Gemeente Utrecht
De Gemeente Utrecht, exploitant van het Gemeentelijk Vervoersbedrijf Utrecht, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 1990 tot en met 1994. Na vermindering van de aanslag tot een bedrag van f 1.782.709,-- werd het bezwaar ongegrond verklaard door het Hof Amsterdam, waarna de gemeente in cassatie ging.
Het geschil betrof de aftrek van omzetbelasting over investeringen in verkeersreguleringsinstallaties, vrije busbanen en voorbereidingskosten voor een trambaan die niet is gerealiseerd. Het Hof oordeelde dat deze voorzieningen infrastructuurvoorzieningen zijn die niet tot de exploitatie van het openbaar vervoer behoren en dat de gemeente hierbij handelt binnen een publiekrechtelijk regime zonder concurrentie met private partijen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat de voorzieningen niet als ondernemersactiviteiten kwalificeren en dat de bewijslastverdeling en waardering van bewijs door het Hof correct zijn. Ook stelde de Hoge Raad vast dat geen reden bestaat om de gemeente te veroordelen in proceskosten. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de naheffingsaanslag omzetbelasting terecht is opgelegd.