ECLI:NL:HR:1999:AA2799
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing artikel 42 lid 2 Wet inkomstenbelasting bij autokosten
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1994, waarbij de kosten verbonden aan het houden van een personenauto binnen de onderneming werden beperkt op grond van artikel 42 lid 2 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd.
In cassatie betoogde belanghebbende dat de regeling in strijd was met de tekst en strekking van de wet en internationale verdragsbepalingen zoals artikel 14 EVRM Pro en artikel 26 IVBPR Pro. Het Hof had geoordeeld dat de regeling juist is bedoeld om op eenvoudige wijze vast te stellen welk deel van de autokosten niet als ondernemingskosten geldt en dat de toepassing niet leidt tot verboden discriminatie.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en wijst erop dat de wetgever een beoordelingsmarge heeft bij het maken van deze regeling. De Hoge Raad acht geen reden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten en verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag wordt gehandhaafd.