ECLI:NL:HR:1999:AA2807
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Kop
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting na correctie loonbegrip directeur
Belanghebbende, directeur en enige werknemer van een BV die in 1996 failliet ging, kreeg voor 1995 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd gebaseerd op een belastbaar inkomen van ƒ 99.845,-. De Inspecteur handhaafde deze aanslag na bezwaar, en het Hof bevestigde dit oordeel. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte het loon van belanghebbende heeft gesteld op het overeengekomen brutoloon, terwijl partijen niet in geschil waren dat alleen het nettoloon was uitbetaald.
De Hoge Raad stelt dat het loon moet worden vastgesteld op het netto ontvangen bedrag over januari tot en met maart 1995, waardoor het belastbare inkomen met ƒ 11.121,- moet worden verminderd. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het bedrag van ƒ 11.622,- dat de BV niet had afgedragen aan loonbelasting/premie volksverzekeringen niet als geheven kan worden aangemerkt voor verrekening, omdat het niet was afgezonderd van het brutoloon en belanghebbende als enige werknemer en administratief verantwoordelijke hiervan op de hoogte had moeten zijn.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en de uitspraak van de Inspecteur, vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 88.724,- en gelast vergoeding van de betaalde griffierechten. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Dit arrest werd op 9 juli 1999 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de aanslag inkomstenbelasting door correctie van het loonbegrip van bruto naar netto loon over het eerste kwartaal van 1995.