ECLI:NL:HR:1999:AA2819
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over winsttoerekening binnen fiscale eenheid vennootschapsbelasting
X B.V. kreeg voor het jaar 1990 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd op een belastbaar bedrag van ƒ 4.482.172,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd deze aanslag gehandhaafd. De zaak betrof de fiscale behandeling van een verlies van ƒ 464.529,-- geleden door een Duitse GmbH, onderdeel van een Organschaft, dat via een commanditaire vennootschap (B B.V.) aan de fiscale eenheid Holding werd toegerekend.
Het Hof oordeelde dat de Duitse GmbH als zelfstandige belastingplichtige moest worden beschouwd en dat het verlies niet in mindering mocht worden gebracht op de winst van Holding. De Hoge Raad vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat het verlies van de Duitse GmbH, dat via KG en B B.V. loopt, wel in mindering komt op de winst van B B.V., omdat de overeenkomst tussen D GmbH en KG zakelijk is en de bedrijfsuitoefening voor rekening en risico van KG plaatsvindt.
De Hoge Raad vermindert daarom de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 4.017.643,--. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende en wijst de kosten van het geding voor het Hof toe aan de Staat.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting tot een belastbaar inkomen van ƒ 4.017.643,--.