ECLI:NL:HR:1999:AA2829
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loon uit dienstbetrekking bij ontvangen betaling van derde
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd over een belastbaar inkomen van f 240.933,--, inclusief heffingsrente. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag en heffingsrente, maar het Gerechtshof Amsterdam vernietigde de heffingsrente en bevestigde de aanslag.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de betaling die hij ontving van H B.V. niet als loon uit dienstbetrekking moest worden aangemerkt, omdat deze betaling overwegend was gebaseerd op sympathie of persoonlijke omstandigheden buiten de dienstbetrekking. Het hof had echter geoordeeld dat de betaling verband hield met zijn arbeidsprestaties bij G B.V.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had over het begrip loon uit dienstbetrekking en het vereiste verband tussen de bevoordeling door een derde en de dienstbetrekking. De feitelijke beoordeling van het hof was niet onredelijk en behoeft geen nadere motivering. Het cassatiemiddel faalde en het beroep werd verworpen.
De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en sprak het arrest uit op 20 januari 1999.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het hof bevestigd dat de betaling als loon uit dienstbetrekking moet worden beschouwd.