ECLI:NL:HR:1999:AA2832
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen aanslag inkomstenbelasting 1992
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 131.521,--. Na bezwaar werd deze aanslag door de Inspecteur verminderd tot een aanslag gebaseerd op een belastbaar inkomen van f 119.021,--. Belanghebbende ging tegen deze beslissing in beroep bij het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.
Tegen het arrest van het Hof stelde belanghebbende twee middelen van cassatie in bij de Hoge Raad. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af, omdat daartoe geen gronden aanwezig waren volgens artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Het beroep in cassatie werd verworpen en het arrest werd op 10 maart 1999 in het openbaar uitgesproken door de vice-president Stoffer als voorzitter en de raadsheren Beukenhorst en Monné.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1992 wordt verworpen.