ECLI:NL:HR:1999:AA2845
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag dividendbelasting ondanks betwisting leningsovereenkomst
X B.V. kreeg over 1992 een naheffingsaanslag dividendbelasting opgelegd van f 91.666 met een verhoging van 100%, waarvan 75% werd kwijtgescholden. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd tot f 68.750 met een verhoging van f 17.187. X B.V. stelde dat de betalingen aan E A.G. een leningsovereenkomst betrof en geen dividenduitkering.
Het Hof oordeelde dat het vermoeden van dividenduitkeringen niet was weerlegd en dat de leningsovereenkomst pas na 1992 was gesloten. Ook de subsidiaire argumenten over nietigheid van de betalingen, discriminatie op grond van het EG-Verdrag, en de toepasselijkheid van het belastingverdrag met België werden verworpen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verwierp het cassatieberoep. De belastingverhoging wegens grove schuld werd gehandhaafd omdat X B.V. wist of had moeten weten dat dividendbelasting ingehouden had moeten worden. De redelijke termijn was niet overschreden. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en de naheffingsaanslag dividendbelasting met verhoging wordt gehandhaafd.