ECLI:NL:HR:1999:AA2853
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanloopverliezen bij overname melkveehouderij voor inkomstenbelasting
Belanghebbende, afkomstig uit Canada, kocht in december 1984 een melkveehouderij met bedrijfsmiddelen en vee. In de jaren daarna leed hij verliezen die hij als aanloopverliezen wilde aanmerken voor fiscale verrekening. De Inspecteur stelde het verliesbedrag vast en handhaafde dit na bezwaar. Het Gerechtshof bevestigde dit oordeel en wees het beroep van belanghebbende af.
In cassatie stelde belanghebbende dat deze verliezen wel als aanloopverliezen moeten worden beschouwd. De Hoge Raad verwees naar de wetsgeschiedenis van artikel 51, lid 3, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, waarin is bepaald dat alleen verliezen bij het stichten van een nieuwe onderneming als aanloopverliezen gelden. Bij overname van een bestaande onderneming geldt deze regeling niet.
De Hoge Raad bevestigde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en dat het oordeel voldoende is gemotiveerd. Het beroep in cassatie werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; verliezen na overname zijn geen aanloopverliezen.