ECLI:NL:HR:1999:AA2855
Hoge Raad
- Cassatie
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert aanslag inkomstenbelasting na cassatie Hofuitspraak
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van f 109.047,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de aanslag verminderde tot een belastbaar inkomen van f 79.047,--.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat belanghebbende ontvankelijk was in zijn beroep, aangezien het beroepschrift tijdig was ingediend. De Hoge Raad beoordeelde de door het Hof toegepaste correcties op de winst uit onderneming, waaronder huisvestingskosten, provisiekosten en valutaverliezen.
De Hoge Raad stelde vast dat het Hof ten onrechte een bedrag van f 68.000,-- uit de vermogensvergelijking volledig had begrepen in de winst, zonder rekening te houden met de correcties van huisvestings- en provisiekosten. Hierdoor moest het bedrag worden verminderd tot f 60.038,--. De overige klachten werden verworpen. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur, en stelde de aanslag vast op een belastbaar inkomen van f 71.085,--.
Daarnaast werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten en werd bepaald dat het griffierecht aan belanghebbende wordt vergoed. Het arrest werd op 8 september 1999 door de Hoge Raad vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de aanslag inkomstenbelasting tot een belastbaar inkomen van f 71.085,-- en veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten.