ECLI:NL:HR:1999:AA2874

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 september 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
35008
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Pos
  • Beukenhorst
  • Monné
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen aanslag inkomstenbelasting 1995

In deze zaak heeft X te Z, als gemachtigde van Y te Z, beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 23 november 1998, betreffende de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 1995 opgelegd aan Y.

De Griffier van de Hoge Raad heeft op 4 februari 1999 aan X verzocht binnen vier weken een schriftelijke machtiging te overleggen. Aan dit verzoek is niet voldaan, waardoor de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaart.

Verder acht de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten conform artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

Het arrest is op 22 september 1999 vastgesteld door de raadsheren Pos, Beukenhorst en Monné en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van een schriftelijke machtiging.

Uitspraak

gezien het beroepschrift in cassatie van X te Z (volgens het beroepschrift als gemachtigde van Y te Z) tegen de uit-spraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 23 november 1998 betreffen-de de aan genoemde Y voor het jaar 1995 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1.Beoordeling van de ontvankelijk-heid van het beroep in cassatie
Bij aangetekende brief van 4 februari 1999 heeft de Griffier van de Hoge Raad genoemde Haddad verzocht binnen vier weken na dagtekening van die brief een schriftelijke machtiging over te leggen.
Deze is evenwel in gebreke gebleven aan dat verzoek te voldoen. Daarom zal de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2.Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwe-zig voor een veroorde-ling in de proces-kosten als bedoeld in arti-kel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belas-tingzaken.
3.Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is op 22 september 1999 vastgesteld door de raadsheer Pos als voorzitter, en de raadsheren Beukenhorst en Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Bolle, en op die datum in het openbaar uitgesproken.