ECLI:NL:HR:1999:AA2876

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 september 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
35010
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Pos
  • Beukenhorst
  • Monné
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie inzake aanslag inkomstenbelasting 1995

In deze zaak betrof het een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 1995.

De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk was. De griffier had de gemachtigde verzocht binnen vier weken een schriftelijke machtiging te overleggen, maar hieraan werd niet voldaan. Hierdoor werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.

Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten, zoals bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

Het arrest is op 22 september 1999 vastgesteld door de raadsheren Pos (voorzitter), Beukenhorst en Monné, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier Bolle.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van een schriftelijke machtiging.

Uitspraak

gezien het beroepschrift in cassatie van X te Z (volgens het beroepschrift als gemachtigde van Y te Z) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 23 november 1998 betreffende de aan genoemde Y voor het jaar 1995 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Bij aangetekende brief van 4 februari 1999 heeft de Griffier van de Hoge Raad genoemde Haddad verzocht binnen vier weken na dagtekening van die brief een schriftelijke machtiging over te leggen.
Deze is evenwel in gebreke gebleven aan dat verzoek te voldoen. Daarom zal de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2.Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
3.Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is op 22 september 1999 vastgesteld door de raadsheer Pos als voorzitter, en de raadsheren Beukenhorst en Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Bolle, en op die datum in het openbaar uitgesproken.