ECLI:NL:HR:1999:AA2878

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 september 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
35012
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Pos
  • Beukenhorst
  • Monné
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen belastingaanslag 1995

In deze zaak is het beroep in cassatie ingesteld door X als gemachtigde van Y tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam betreffende een belastingaanslag over het jaar 1995. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en vastgesteld dat de gemachtigde niet heeft voldaan aan het verzoek om binnen vier weken een schriftelijke machtiging te overleggen.

Door het ontbreken van deze machtiging verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er zijn geen gronden gezien om de proceskosten aan de gemachtigde op te leggen op grond van artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

Het arrest is op 22 september 1999 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Pos, Beukenhorst en Monné, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Bolle.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van een schriftelijke machtiging.

Uitspraak

gezien het beroepschrift in cassatie van X te Z (volgens het beroepschrift als gemachtigde van y te z) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 23 november 1998 betreffende de aan genoemde y voor het jaar 1995 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Bij aangetekende brief van 4 februari 1999 heeft de Griffier van de Hoge Raad genoemde Haddad verzocht binnen vier weken na dagtekening van die brief een schriftelijke machtiging over te leggen.
Deze is evenwel in gebreke gebleven aan dat verzoek te voldoen. Daarom zal de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2.Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
3.Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is op 22 september 1999 vastgesteld door de raadsheer Pos als voorzitter, en de raadsheren Beukenhorst en Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Bolle, en op die datum in het openbaar uitgesproken