ECLI:NL:HR:1999:AA2878
Hoge Raad
- Cassatie
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen belastingaanslag 1995
In deze zaak is het beroep in cassatie ingesteld door X als gemachtigde van Y tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam betreffende een belastingaanslag over het jaar 1995. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en vastgesteld dat de gemachtigde niet heeft voldaan aan het verzoek om binnen vier weken een schriftelijke machtiging te overleggen.
Door het ontbreken van deze machtiging verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er zijn geen gronden gezien om de proceskosten aan de gemachtigde op te leggen op grond van artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
Het arrest is op 22 september 1999 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Pos, Beukenhorst en Monné, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Bolle.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van een schriftelijke machtiging.