ECLI:NL:HR:1999:AA2879

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 september 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
35095
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Pos
  • Beukenhorst
  • Monné
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie inzake aanslag inkomstenbelasting 1996

In deze zaak betreft het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 1996 opgelegd aan Y. De gemachtigde X heeft het beroepschrift ingediend.

De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Op 4 maart 1999 is aan de gemachtigde verzocht binnen vier weken een schriftelijke machtiging te overleggen. Deze machtiging is niet verstrekt, waardoor het beroep in cassatie niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Daarnaast heeft de Hoge Raad overwogen dat er geen gronden zijn voor een veroordeling in de proceskosten conform artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

De uitspraak is vastgesteld op 22 september 1999 door de raadsheren Pos, Beukenhorst en Monné en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier Bolle.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van een schriftelijke machtiging.

Uitspraak

gezien het beroepschrift in cassatie van X te Z (volgens het beroepschrift als gemachtigde van y te Z) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 18 december 1998 betreffende de aan genoemde Y voor het jaar 1996 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Bij aangetekende brief van 4 maart 1999 heeft de Griffier van de Hoge Raad genoemde Haddad verzocht binnen vier weken na dagtekening van die brief een schriftelijke machtiging over te leggen.
Deze is evenwel in gebreke gebleven aan dat verzoek te voldoen. Daarom zal de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2.Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
3.Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is op 22 september 1999 vastgesteld door de raadsheer Pos als voorzitter, en de raadsheren Beukenhorst en Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Bolle, en op die datum in het openbaar uitgesproken.