ECLI:NL:HR:1999:AA2879
Hoge Raad
- Cassatie
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie inzake aanslag inkomstenbelasting 1996
In deze zaak betreft het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 1996 opgelegd aan Y. De gemachtigde X heeft het beroepschrift ingediend.
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Op 4 maart 1999 is aan de gemachtigde verzocht binnen vier weken een schriftelijke machtiging te overleggen. Deze machtiging is niet verstrekt, waardoor het beroep in cassatie niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Daarnaast heeft de Hoge Raad overwogen dat er geen gronden zijn voor een veroordeling in de proceskosten conform artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
De uitspraak is vastgesteld op 22 september 1999 door de raadsheren Pos, Beukenhorst en Monné en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier Bolle.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van een schriftelijke machtiging.