ECLI:NL:HR:1999:AA2880
Hoge Raad
- Cassatie
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie inzake aanslag inkomstenbelasting 1995
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld dat was ingesteld door X te Z namens Y te Z tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 1995.
De Griffier van de Hoge Raad had op 4 maart 1999 aan de gemachtigde verzocht binnen vier weken een schriftelijke machtiging te overleggen. Deze machtiging is niet binnen de gestelde termijn ingediend, waardoor de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaarde.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om de proceskosten aan de wederpartij op te leggen, conform artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
De uitspraak is op 22 september 1999 door de raadsheren Pos, Beukenhorst en Monné vastgesteld en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier Bolle.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig overleggen van een schriftelijke machtiging.