ECLI:NL:HR:1999:AA2881
Hoge Raad
- Cassatie
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie inzake aanslag inkomstenbelasting 1995
In deze zaak betrof het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 1995. De gemachtigde van de belanghebbende werd door de Griffier van de Hoge Raad verzocht om binnen vier weken een schriftelijke machtiging te overleggen.
Deze schriftelijke machtiging werd niet tijdig ingediend, waardoor de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaarde. Er werden geen proceskosten aan de zijde van partijen toegekend, conform artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
Het arrest is vastgesteld op 22 september 1999 door de raadsheren Pos (voorzitter), Beukenhorst en Monné, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier Bolle.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van een schriftelijke machtiging.