ECLI:NL:HR:1999:AA2882

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 september 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
35188
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Pos
  • Beukenhorst
  • Monné
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen belastingaanslag 1994

In deze zaak betrof het een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem over een aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 1994. De Hoge Raad stelde vast dat de gemachtigde van de appellant niet binnen de gestelde termijn een schriftelijke machtiging had overgelegd, ondanks een verzoek daartoe per aangetekende brief.

Als gevolg hiervan verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten aan de zijde van partijen toegewezen, conform artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

Het arrest werd vastgesteld op 22 september 1999 door de raadsheren Pos (voorzitter), Beukenhorst en Monné, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier Bolle.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van een schriftelijke machtiging.

Uitspraak

gezien het beroepschrift in cassatie van X te Z (volgens het beroepschrift als gemachtigde van Y te Z) tegen de uit-spraak van het Gerechtshof te Arnhem van 22 december 1998 betreffende de aan genoemde Y en voor het jaar 1994 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting, aanslagnummer
1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Bij aangetekende brief van 14 april 1999 heeft de Griffier van de Hoge Raad genoemde Haddad verzocht binnen vier weken na dagtekening van die brief een schriftelijke machtiging over te leggen.
Deze is evenwel in gebreke gebleven aan dat verzoek te voldoen. Daarom zal de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proces-kosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is op 22 september 1999 vastgesteld door de raadsheer Pos als voorzitter, en de raadsheren Beukenhorst en Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Bolle, en op die datum in het openbaar uitgesproken.