ECLI:NL:HR:1999:AA2885

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 september 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
34357
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Pos
  • Beukenhorst
  • Monné
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen bevestiging aanslag inkomstenbelasting 1994

Belanghebbende werd voor het jaar 1994 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van €39.010. Na bezwaar bij de Inspecteur, dat werd afgewezen, ging belanghebbende in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam. Dit hof bevestigde de aanslag.

Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad en voerde meerdere klachten aan tegen het oordeel van het hof. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees ook de proceskostenveroordeling af en verwerpt het cassatieberoep. Het arrest werd op 22 september 1999 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken door raadsheren Pos, Beukenhorst en Monné, in aanwezigheid van waarnemend griffier Bolle.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting 1994 blijft gehandhaafd.

Uitspraak

gewezen op het beroepschrift in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 12 maart 1998 betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 1994 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1.Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1994 een aanslag in de inkomenstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ? 39.010,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft die uitspraak bevestigd.
2.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.
3.Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4.Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5.Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 22 september 1999 vastgesteld door de raadsheer Pos als voorzitter, en de raadsheren Beukenhorst en Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Bolle, en op die datum in het openbaar uitgesproken.