ECLI:NL:HR:1999:AA2888
Hoge Raad
- Cassatie
- Zuurmond
- Pos
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid bezwaar inkomstenbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Tegen deze aanslag maakte hij bezwaar, maar dit werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaarperiode. Belanghebbende stelde beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam, dat het beroep ongegrond verklaarde en de niet-ontvankelijkverklaring bevestigde.
Belanghebbende ging vervolgens in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had vastgesteld dat het bezwaarschrift te laat was ingediend en dat geen omstandigheden waren gesteld of gebleken die toepassing van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht rechtvaardigen. Ook de stelling van belanghebbende dat een latere uitleg van de Hoge Raad over de termijn hem aanleiding had kunnen geven om tijdig bezwaar te maken, werd niet als een geldige omstandigheid erkend.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het oordeel van het Hof. Er waren geen gronden voor proceskostenveroordeling. Het arrest werd op 22 september 1999 in het openbaar uitgesproken door raadsheren Zuurmond, Pos en Monné.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift wegens termijnoverschrijding wordt bevestigd.