ECLI:NL:HR:1999:AA2890
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel over gezamenlijke huishouding bij beëindiging bijstandsuitkering
X maakte bezwaar tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente die haar bijstandsuitkering blokkeerden en beëindigden. Na een gegrondverklaring van het bezwaar maar handhaving van de beëindiging, verklaarde de Arrondissementsrechtbank het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en verklaarde de bezwaren alsnog ongegrond.
X stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad met een klacht tegen het oordeel dat zij en haar ex-echtgenoot een gezamenlijke huishouding voerden zoals bedoeld in artikel 5a van de Algemene Bijstandswet. De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel geen onjuiste interpretatie van het begrip gezamenlijke huishouding bevatte en dat cassatiebeoordeling op dit punt beperkt is.
De Hoge Raad wees het beroep af en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Hiermee werd het oordeel van de Centrale Raad bekrachtigd dat de uitkering terecht was beëindigd vanwege de gezamenlijke huishouding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel over de gezamenlijke huishouding wordt bekrachtigd.