ECLI:NL:HR:1999:AA2895
Hoge Raad
- Cassatie
- De Moor
- Van Vliet
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting en weigert cassatieberoep fiscale eenheid
Belanghebbende, fiscale eenheid X B.V., kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1 januari 1991 tot en met 31 december 1995, inclusief een verhoging. Na bezwaar en beroep bij het Hof te 's-Gravenhage werd de aanslag gehandhaafd. Het hof verwierp de stelling dat bij de correctie inzake personeelsverstrekkingen rekening had moeten worden gehouden met werknemers en bezoekers van onderaannemers die gebruik maakten van personeelsvoorzieningen. Deze feitelijke beoordeling werd door de Hoge Raad niet onbegrijpelijk geacht.
Daarnaast oordeelde het hof dat het vervoer van werknemers van woon- of verblijfplaats naar de arbeidsplaats als loon in natura moet worden aangemerkt volgens het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968. Middelen die hiertegen werden ingebracht faalden omdat zij feitelijke onderzoeken vereisten die in cassatie niet mogelijk zijn. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot een veroordeling in proceskosten en verwierp het cassatieberoep, waarmee het hofarrest in stand bleef.
De uitspraak bevestigt de toepassing van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 en benadrukt de grenzen van cassatoetsing bij feitelijke oordelen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting en de daarbij behorende correcties.