ECLI:NL:HR:1999:AA2907
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was tegen een aanslag vennootschapsbelasting voor 1993 in bezwaar gegaan, maar werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een motivering bij het bezwaarschrift. Het hof bevestigde deze niet-ontvankelijkverklaring. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad onderzocht of het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk was verklaard. Het hof had geoordeeld dat belanghebbende niet voldeed aan de motiveringseis van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof een te strenge uitleg had gegeven aan deze motiveringseis, mede gelet op de omstandigheden dat belanghebbende geen inzage had in de gegevens waarop de aanslag was gebaseerd en dat het bezwaar summier gemotiveerd mocht zijn.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het achterwege blijven van een verzoek tot splitsing van het bezwaarschrift en het samenvoegen van uitspraken op bezwaarschriften niet tot nadeel voor belanghebbende had geleid. Daarom werden deze punten niet tot cassatie geleid.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing in een meervoudige kamer, met inachtneming van de motivering in dit arrest. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.