ECLI:NL:HR:1999:AA2909
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Pos
- raadsheer Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bij ontbreken schriftelijke overeenkomst
X B.V. kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd ter zake van de verkrijging van de economische eigendom van drie onroerende zaken. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en bevestigd door het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage. Vervolgens stelde X B.V. beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had vastgesteld dat niet was aangetoond dat de verkrijging van de economische eigendom het gevolg was van een schriftelijke overeenkomst die bestond vóór 31 maart 1995. Hierdoor was de verkrijging onderworpen aan overdrachtsbelasting volgens artikel 2, lid 1, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer.
X B.V. stelde dat zij op basis van uitlatingen van de Staatssecretaris van Financiën mocht vertrouwen op andere bewijsvormen dan een schriftelijke overeenkomst. De Hoge Raad verwierp dit betoog omdat de Staatssecretaris optrad als medewetgever en niet als uitvoerder, waardoor deze uitlatingen geen rechtsgevolg hadden.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest werd op 29 september 1999 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting blijft gehandhaafd.