ECLI:NL:HR:1999:AA2910
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag overdrachtsbelasting na aandelenoverdracht BV
X BV verkreeg op 19 september 1991 bij notariële akte alle aandelen in A BV. De Inspecteur legde daarop een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op van 510.000 gulden met een verhoging van 100%, waarvan 75% werd kwijtgescholden. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. X BV ging in beroep bij het Hof Arnhem, dat de aanslag vernietigde en de naheffing beperkte tot de belasting zonder verhoging.
X BV stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat het hof terecht had vastgesteld dat er al vóór de transacties in juni 1991 volledige overeenstemming was over de aandelenoverdracht. Ook was het oordeel van het hof dat de economische transacties van juni 1991 waren gericht op het wijzigen van de aard van de aandelen om overdrachtsbelasting te vermijden, niet onredelijk.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de naheffingsaanslag en de vermindering van de verhoging door het hof. De zaak illustreert de toepassing van de Wet op belastingen van rechtsverkeer bij complexe aandelenoverdrachten en de toetsing van economische transacties aan de belastingheffing.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting tegen X BV na aandelenoverdracht.