ECLI:NL:HR:1999:AA2923
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt regels rond getuigenverhoor en navorderingsaanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende was voor het jaar 1990 aanvankelijk aangeslagen op een belastbaar inkomen van 500.000 gulden, waarna een navorderingsaanslag werd opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van 1.676.350 gulden met een verhoging van honderd procent. Het Gerechtshof Amsterdam heeft deze navorderingsaanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van 1.376.350 gulden en de volledige kwijtschelding van de verhoging toegekend.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak, waarbij onder meer werd betoogd dat getuigen die strafrechtelijke vervolging vrezen buiten aanwezigheid van de wederpartij konden worden gehoord. De Hoge Raad verwierp dit verweer omdat dit in strijd is met artikel 15, lid 5, van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken, waarin is bepaald dat beide partijen bij het verhoor van een getuige aanwezig moeten kunnen zijn, tenzij afstand is gedaan van dat recht.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat er geen feitelijke grondslag was voor het verzoek van belanghebbende om getuigen anoniem te horen, aangezien uit de stukken bleek dat de namen van de betreffende getuigen bekend waren gemaakt. De overige middelen van cassatie werden eveneens verworpen zonder nadere motivering. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en bevestigde het arrest van het Hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.