ECLI:NL:HR:1999:AA2925
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waarderingsmethode voor termijncontracten in vennootschapsbelasting
De zaak betreft een geschil over de waardering van voorraden grondstoffen door Land- en Tuinbouwcoöperatie "A" B.A. te Q in de vennootschapsbelasting over 1990. De coöperatie gebruikte het ijzeren-voorraadstelsel waarbij voorraden per grondstofsoort werden gewaardeerd, inclusief voorinkopen via termijncontracten. Het Hof Arnhem had de aanslag verminderd door de marktwaarde van een surplus aan voorraden niet te baseren op de marktprijs op de balansdatum, maar op de prijs waarvoor een contract met gelijke levertijd kan worden afgesloten.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat de marktwaarde op de balansdatum zelf moest worden gehanteerd, maar dit werd door de Hoge Raad verworpen. Ook het verweer van de coöperatie dat voorraden per contract moesten worden beoordeeld faalde, omdat het Hof oordeelde dat grondstoffen van dezelfde soort dooreen leverbaar zijn en geen kwaliteitsverschillen vertonen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat de waardering per grondstofsoort moet plaatsvinden en dat de marktwaarde betrekking heeft op levering na afloop van de termijn. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van de cassatieprocedure.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen en bevestigde het oordeel van het Hof over de waardering van voorraden met termijncontracten.