ECLI:NL:HR:1999:AA2929
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperking stamrechtvrijstelling bij staking onderneming en investering in nieuwe onderneming
Belanghebbende exploiteerde een hotel als eenmanszaak en verkocht het pand aan de gemeente, waarna hij het pand terughuurde en zijn onderneming staakte. De ontvangen schadeloosstelling werd als stakingswinst aangemerkt, waarover belasting werd geheven. Belanghebbende investeerde een deel van deze winst in een nieuw café-restaurant en sloot een stamrechtovereenkomst met een B.V. die hij mede oprichtte.
De Inspecteur beperkte de stamrechtvrijstelling tot het bedrag van de stakingswinst minus de investering in de nieuwe onderneming. Het Hof vernietigde deze beperking en oordeelde dat het volledige bedrag van de schadeloosstelling in aanmerking kwam voor de stamrechtvrijstelling, omdat de investering in de nieuwe onderneming uiteindelijk ten goede kwam aan de B.V. die het stamrecht uitkeert.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof. De koopsom voor het stamrecht hoeft niet fysiek gescheiden te worden gehouden en het feit dat de koopsom schuldig blijft, staat het rechtstreekse verband met de staking niet in de weg. Het middel van belanghebbende over de toepassing van de Resolutie van 1987 faalt omdat niet is gebleken dat de investering in de nieuwe onderneming als vervangende investering was bedoeld. Beide cassatieberoepen worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen en bevestigde de stamrechtvrijstelling zoals door het Hof toegepast.