ECLI:NL:HR:1999:AA3384
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat niet-inhouding werknemersdeel ziekenfondspremie tot loon behoort onder Coördinatiewet Sociale Verzekering
Belanghebbende, een werkgever, nam sinds 1979 het volledige werknemersdeel van de ziekenfondspremie voor haar rekening zonder dit op het loon van haar werknemers in te houden. Het bestuur van de bedrijfsvereniging rekende deze premie tot het loon in de zin van de artikelen 4 en 6 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV). Belanghebbende verzocht om herziening van de premievaststelling en premierestitutie, maar dit werd afgewezen.
Na afwijzing door het bestuur en bevestiging door de Arrondissementsrechtbank en de Centrale Raad van Beroep, stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad onderzocht of het voordeel dat werknemers genieten doordat het werknemersdeel van de premie niet wordt ingehouden, tot het loon behoort volgens de CSV.
De Hoge Raad oordeelde dat dit voordeel inderdaad uit de dienstbetrekking wordt genoten en tot uitdrukking komt in een hoger netto-loon. Diverse middelen van belanghebbende, waaronder dat het werknemersdeel niet tot het loon behoort en dat sprake zou zijn van een vrijgestelde uitkering, werden verworpen. Ook een beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de eerdere uitspraken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt verworpen; het voordeel door niet-inhouding van het werknemersdeel van de ziekenfondspremie behoort tot het loon.