ECLI:NL:HR:1999:AA3399
Hoge Raad
- Cassatie
- Davids
- Koster
- Aaftink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens nietigheid dagvaarding in hoger beroep bij onbekende verblijfplaats verdachte
In deze strafzaak werd de verdachte in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift, terwijl hij vrijgesproken werd van een andere tenlastelegging. De verdachte had bij het instellen van het hoger beroep een adres opgegeven dat niet als woon- of verblijfplaats kon worden aangemerkt. Hierdoor was de dagvaarding in hoger beroep niet op geldige wijze betekend.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend niet begrijpelijk was, omdat de verdachte geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland had. De dagvaarding in hoger beroep werd daarom nietig verklaard.
Als gevolg hiervan werd het bestreden arrest vernietigd en werd de zaak verwezen naar een ander hof om het hoger beroep op de juiste wijze te behandelen. Het middel van cassatie kon buiten bespreking blijven omdat de nietigheid van de dagvaarding de procedure fataal was.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte betekening van dagvaardingen en de rechtsbescherming van verdachten zonder bekende verblijfplaats in Nederland.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig en vernietigt het arrest van het hof.