ECLI:NL:HR:1999:AA3809
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over aftrek werkkamer in inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende ontving in 1996 een WAO-uitkering en had daarnaast inkomsten uit een zelfstandig beroep als beëdigd taxateur. Zij bracht kosten voor een werkkamer in haar woning in aftrek op haar winst en gaf de huur als inkomsten uit vermogen aan. De Inspecteur had een aanslag opgelegd die na bezwaar werd gehandhaafd. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de aftrek van de werkkamerkosten niet mogelijk was, mede omdat de gemachtigde van belanghebbende had moeten begrijpen dat aftrek niet mogelijk was.
De Hoge Raad stelt vast dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd of de gemachtigde tevens had kunnen en moeten begrijpen dat de werkkamer als kantoorruimte in de zin van de wet werd gebruikt. Ook heeft het Hof een onjuiste berekening gemaakt van de dotatie aan de oudedagsreserve. Hierdoor kan het arrest van het Hof niet in stand blijven.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. Tevens wordt de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en tot vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.