ECLI:NL:HR:1999:AA3810

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 december 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
34951
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • vice-president Stoffer
  • Korthals Altes
  • Zuurmond
  • Pos
  • Beukenhorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 lid 1 Wet op de vermogensbelasting 1964Art. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt waarde in het economische verkeer van onroerende zaken bij vermogensbelasting

Belanghebbende werd voor het jaar 1993 een aanslag vermogensbelasting opgelegd over een binnenlands vermogen van 3.125.000 gulden. Na bezwaar en beroep bij het Hof te ‘s-Hertogenbosch werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.

Het centrale geschilpunt betrof de waardering van onroerende zaken waarvan de economische eigendom volledig bij derden berust, terwijl de juridische eigendom bij belanghebbende ligt. Belanghebbende stelde dat de waarde in het economische verkeer nihil zou moeten zijn indien derden zonder vergoeding op elk moment levering van de juridische eigendom kunnen bewerkstelligen.

De Hoge Raad verwierp dit standpunt en bevestigde dat de waarde in het economische verkeer niet zonder meer nihil is in dergelijke situaties, verwijzend naar eerdere jurisprudentie. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een ander oordeel rechtvaardigden. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aanslag vermogensbelasting.

Uitspraak

Nr. 34.951
8 december 1999
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (België) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch van 26 november 1998 betreffende de aan hem voor het jaar 1993 opgelegde aanslag in de vermogensbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1993 een aanslag vermogensbelasting opgelegd naar een binnenlands vermogen van f 3.125.000,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is van de uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel berust op de opvatting dat voor de toepassing van artikel 9, lid 1, van de Wet op de vermogensbelasting 1964 de waarde in het economische verkeer van de juridische eigendom van onroerende zaken waarvan de “economische eigendom” volledig bij derden berust, nihil bedraagt indien die derden zonder enige vergoeding aan de juridische eigenaar op elk door die derden gewenst moment levering van de juridische eigendom kunnen bewerkstelligen.
3.2. Die opvatting kan echter niet als juist worden aanvaard. Zoals de Hoge Raad in zijn arrest van 23 december 1992, nr. 28536, BNB 1993/78, heeft overwogen, kan de stelling dat de waarde in het economische verkeer van onroerende zaken waarvan het economische belang niet de juridische eigenaar aangaat, nihil is, in haar algemeenheid niet als juist worden aanvaard. De omstandigheid dat de economische eigenaar op elk door hem gewenst moment zonder enige vergoeding levering van de juridische eigendom kan bewerkstelligen, brengt niet mee dat voormelde stelling wèl opgaat. Van bijzondere omstandigheden, die in dit geval een ander oordeel zouden rechtvaardigen, blijkt niet uit de uitspraak van het Hof of de stukken van het geding dat zij zich hebben voorgedaan of door belanghebbende zijn aangevoerd.
3.3. Het middel faalt derhalve.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 8 december 1999 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Korthals Altes, Zuurmond, Pos en Beukenhorst, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Bolle, en op die datum in het openbaar uitgesproken.