ECLI:NL:HR:1999:AA3813
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat besloten vennootschap als Rijksgesubsidieerd lichaam wordt aangemerkt voor vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, kreeg voor het jaar 1993 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar en beroep bij het Gerechtshof Amsterdam werd de aanslag vernietigd en verminderd tot nihil. De Staatssecretaris van Financiën stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende als rechtspersoon aanspraak kon maken op subsidies van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), en daarmee als een van Rijkswege gesubsidieerd lichaam kon worden aangemerkt volgens artikel 10, lid 2, van de Wet Belastingherziening 1950. Het Hof oordeelde dat belanghebbende wel als zodanig moest worden beschouwd, omdat zij sinds 1987 de subsidies ontving via een overdracht van economische eigendom van woningen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwees naar een eerdere uitspraak waarin werd bepaald dat lichamen die zelf subsidies genieten of hebben genoten ter zake van hun vermogen als Rijksgesubsidieerd gelden. Omdat belanghebbende de subsidies daadwerkelijk ontving, was zij volgens de Hoge Raad gerechtigd als gesubsidieerd lichaam te worden aangemerkt. Het cassatieberoep werd daarom verworpen en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt verworpen en de aanslag vennootschapsbelasting tegen belanghebbende blijft verminderd tot nihil.