ECLI:NL:HR:1999:AA3822
Hoge Raad
- Cassatie
- Herrmann
- Van der Putt-Lauwers
- Fleers
- Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over beslagvrije voet bij schuldenaar woonachtig in buitenland en indexering
De zaak betreft een verzoek van een man, woonachtig in België, tot vaststelling van een beslagvrije voet op grond van art. 475e Rv vanwege beslaglegging door zijn ex-echtgenote op zijn inkomsten. De man was veroordeeld tot alimentatiebetaling en aansprakelijk gesteld voor schade uit onrechtmatige daad. De vrouw had executoriaal derdenbeslag gelegd op diverse uitkeringen en inkomsten van de man.
De kantonrechter wees het verzoek van de man af, maar de rechtbank vernietigde deze beslissing en kende een beslagvrije voet toe van ƒ 2.000 per maand met ingang van 20 februari 1998. Tevens oordeelde de rechtbank dat deze beslagvrije voet overeenkomstig art. 1:402a BW geïndexeerd zou worden en verbood verrekening door de vrouw van bedragen die onder de beslagvrije voet vielen.
De vrouw stelde cassatieberoep in tegen de indexering van de beslagvrije voet. De Hoge Raad oordeelde dat art. 1:402a BW niet analoog toegepast kan worden op de beslagvrije voet, omdat de beslagvrije voet al een eigen systeem van jaarlijkse aanpassing kent via de Algemene bijstandswet en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. De Hoge Raad vernietigde daarom het gedeelte van de beschikking dat de indexering voorschreef en bevestigde de rest van de beschikking.
Verder behandelde de Hoge Raad diverse andere klachten over de bewijsvoering en de toepassing van de beslagvrije voet, maar deze werden verworpen. De zaak verduidelijkt de toepassing van art. 475e Rv en de relatie met indexeringsregels bij beslagvrije voet voor schuldenaren woonachtig in het buitenland.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de indexering van de beslagvrije voet overeenkomstig art. 1:402a BW en bevestigt de rest van de beschikking.