ECLI:NL:HR:1999:AA3823
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Neleman
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Jansen
- raadsheer De Savornin Lohman
- raadsheer Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en gefaseerde vermindering van alimentatie na scheiding onder de Wet limitering na scheiding
In deze zaak verzocht de man de rechtbank om de alimentatieverplichting jegens zijn ex-partner te beëindigen met ingang van 4 mei 1998, op grond van de Wet limitering na scheiding. De rechtbank wees dit verzoek toe, maar het hof vernietigde deze beschikking en bepaalde dat de alimentatieverplichting nog vier jaar zou voortduren, met een gefaseerde vermindering van het maandbedrag.
De vrouw had hoger beroep ingesteld om de alimentatieverplichting te verlengen tot haar 65e levensjaar, terwijl de man voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de alimentatieverplichting niet per direct kon worden beëindigd, mede gelet op de omstandigheden van de vrouw, zoals haar leeftijd, verouderde opleiding en gebrek aan werkervaring.
De Hoge Raad bevestigde tevens dat de rechter bevoegd is om binnen de termijn waarin de alimentatieverplichting voortduurt, het bedrag geleidelijk te verminderen. Dit is in overeenstemming met de redelijkheid en billijkheid en voorkomt een plotselinge financiële wijziging.
Het cassatieberoep van de vrouw werd verworpen, waarmee de beslissing van het hof stand hield. Het voorwaardelijk incidenteel beroep van de man behoefde geen behandeling omdat het principaal beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de gefaseerde vermindering van de alimentatieverplichting over een termijn van vier jaar.