ECLI:NL:HR:1999:AA3840
Hoge Raad
- Cassatie
- Neleman
- Jansen
- De Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding wegens nietigheid pandrecht sieraden
Eiser vorderde van de Staat schadevergoeding wegens het verlies van sieraden die in beslag waren genomen en vervolgens aan de curator van een failliete juwelier waren afgegeven. De sieraden betroffen pandrecht ten behoeve van de zoon van eiser, verbonden aan een geldlening aan de failliet.
De officier van justitie gaf de sieraden zonder voorafgaande mededeling aan eiser aan de curator, wat in strijd was met art. 118 lid Pro 3 (oud) Sv. De rechtbank verklaarde het klaagschrift van eiser gegrond en gelastte teruggave, maar de curator weigerde mee te werken vanwege de nietigheid van de transacties tussen eiser, diens zoon en de failliet op grond van art. 42 Faillissementswet Pro.
Het hof oordeelde dat eiser noch zijn zoon rechtsgeldig aanspraak kon maken op de sieraden en dat de Staat daardoor niet onrechtmatig had gehandeld door de sieraden niet terug te geven. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep van eiser, ook al erkende zij dat de officier van justitie een wettelijke bepaling had overtreden. Omdat eiser geen schade had geleden, faalde zijn vordering tot schadevergoeding.
Daarnaast wees de Hoge Raad het beroep van eiser op schending van art. 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM af, omdat dit niet in de eerdere instanties was aangevoerd en een feitelijke beoordeling zou vereisen die in cassatie niet mogelijk is.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de Staat niet onrechtmatig handelde en eiser geen schadevergoeding toekomt.