ECLI:NL:HR:1999:AA3854
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van vergoeding voor kantoorruimte in woning werknemer
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, gevolgd door een navorderingsaanslag met een verhoogd belastbaar inkomen. Na bezwaar en beroep bij het Gerechtshof Amsterdam werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde of kosten verbonden aan een kantoorruimte in de woning van een werknemer aftrekbaar zijn. De Raad stelde dat indien die kantoorruimte één geheel vormt met de woning en niet aan de voorwaarden van artikel 15, lid 1, letter b van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt voldaan, de kosten niet aftrekbaar zijn, ook niet als de ruimte uitsluitend zakelijk wordt gebruikt. Vergoedingen voor dergelijke kosten worden volgens artikel 11, lid 1, letter j van dezelfde wet als belast loon behandeld.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat er geen onderscheid gemaakt dient te worden tussen vergoedingen in geld en verstrekking van gebruik van kantoorruimte; beide vormen van vergoeding moeten als loon worden aangemerkt indien zij betrekking hebben op niet-aftrekbare kosten. Het beroep van belanghebbende werd verworpen en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de navorderingsaanslag wordt bevestigd.