ECLI:NL:HR:1999:AA3862
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Korthals Altes
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt fiscale kwalificatie verkoop lijfrentepolis aan binnenlandse belastingplichtige
Belanghebbende kreeg voor 1991 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, later gevolgd door een navorderingsaanslag op een hoger belastbaar inkomen. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de navorderingsaanslag, maar het Hof vernietigde deze en de uitspraak van de Inspecteur. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de fiscale kwalificatie van de verkoop van een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule aan een andere binnenlandse belastingplichtige, gevolgd door afkoop van de polis door die koper. Het Hof oordeelde dat deze transactie niet fiscaal moest worden gekwalificeerd als een afkoop door de oorspronkelijke verkoper, wat de Inspecteur had betoogd.
De Hoge Raad bevestigde dat voor een afwijkende fiscale kwalificatie niet noodzakelijk is dat de belastingplichtige zelf alle handelingen heeft verricht die tot het resultaat leiden. Wel oordeelde de Hoge Raad dat de door het Hof gestelde voorwaarde onjuist was, maar dat dit niet tot cassatie leidt omdat de fiscale gevolgen in lijn zijn met de strekking van de wet.
De Hoge Raad benadrukte dat de wetgeving en wetsgeschiedenis duidelijk maken dat bij verkoop van een polis aan een binnenlandse belastingplichtige die beschikt over een compensabel verlies, de afkoop door die koper niet fiscaal als afkoop door de verkoper wordt aangemerkt. Hierdoor wordt de latente belastingclaim voldoende gewaarborgd.
De Hoge Raad verwerpt het beroep van de Staatssecretaris en veroordeelt hem in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de Staatssecretaris en bevestigt dat de verkoop van de lijfrentepolis fiscaal niet als afkoop door de verkoper wordt gekwalificeerd.