ECLI:NL:HR:1999:AA4336
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting door aftrek verzekeringspremie privégebruik auto
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 73.962. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en bevestigd door het Hof. Belanghebbende stelde in cassatie dat hij de door hem rechtstreeks aan de verzekeraar betaalde verzekeringspremie van f 1.695 voor de auto, die hij privé gebruikte, in mindering mocht brengen op het autokostenforfait.
De Hoge Raad oordeelde dat de verzekeringspremie als vergoeding voor het privégebruik van de auto kan worden aangemerkt als een vergoeding die de werknemer aan de werkgever verschuldigd is, ook al betaalt hij deze rechtstreeks aan een derde (de verzekeraar). Dit betekent dat de premie in mindering mag worden gebracht op het forfait.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en de aanslag van de Inspecteur en stelde de aanslag vast op een belastbaar inkomen van f 72.267. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en de Inspecteur in de kosten van het geding voor het Hof. De Staat der Nederlanden werd aangewezen als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 1993 wordt verminderd door aftrek van de verzekeringspremie voor privégebruik van de auto.