ECLI:NL:HR:1999:AA4337
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Korthals Altes
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over navorderingsaanslag en bewijslast renseignement
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, gevolgd door een navorderingsaanslag met een belastingverhoging. Tegen deze navordering maakte hij bezwaar, dat door de Inspecteur en het Hof werd afgewezen. Het geschil betrof of een ongedateerd renseignement van een andere eenheid van de Belastingdienst als nieuw feit kon dienen voor navordering en wie de bewijslast droeg over het tijdstip van ontvangst.
De Hoge Raad oordeelde dat de Inspecteur aannemelijk moet maken dat het renseignement ten tijde van de primitieve aanslag nog niet aanwezig was in zijn eenheid, omdat het ongedateerd was en de datum van binnenkomst onbekend. Het hof had ten onrechte de bewijslast bij belanghebbende gelegd. De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor herbeoordeling.
Verder liet de Hoge Raad de beoordeling van de vraag naar kwade trouw van belanghebbende onbesproken. De Staatssecretaris van Financiën werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, en belanghebbende kreeg vergoeding van griffierecht en beroepskosten toegekend. De zaak betreft de juiste toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de bewijslast bij navordering.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het gerechtshof.