ECLI:NL:HR:1999:AA4531
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Vliet
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen uitspraak over aanslag inkomstenbelasting 1994
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 111.891,--. Na bezwaar dat door de Inspecteur werd afgewezen, ging belanghebbende in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam. Het hof verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de aanslag in stand bleef.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad met twee middelen. De Staatssecretaris van Financiën voerde verweer tegen dit beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Daarnaast zag de Hoge Raad geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen, waarmee de uitspraak van het hof definitief bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.