ECLI:NL:HR:1999:AA4747
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen vrijstelling omzetbelasting voor niet-psycholoog psychotherapeute
Belanghebbende, werkzaam als psychotherapeute zonder de kwalificatie van psycholoog, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 1991 tot en met 1995. De Inspecteur handhaafde deze aanslag na bezwaar en het Hof verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde in cassatie dat zij als geregistreerd psychotherapeute gelijk behandeld moest worden als psychologen, mede vanwege de postdoctorale opleiding en het overheidsregister.
De Hoge Raad oordeelde dat in de relevante periode de vrijstelling van omzetbelasting volgens artikel 11, lid 1, letter g, van de Wet op de omzetbelasting 1968 alleen gold voor psychologen en niet voor psychotherapeuten zonder psychologenkwalificatie. Het beroep op het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (artikel 26 IVBPR Pro) en het gelijkheidsbeginsel faalde omdat het verschil in behandeling objectief en redelijk was gerechtvaardigd.
Verder werd het beroep op het niet hoeven noemen van namen van andere psychotherapeuten verworpen, omdat het bewijsmateriaal en de waardering daarvan aan het Hof toekomen. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de naheffingsaanslag omzetbelasting wegens ontbreken van vrijstelling voor de psychotherapeute zonder psychologenkwalificatie.