ECLI:NL:HR:1999:AA7414
Hoge Raad
- Cassatie
- De Moor
- Van Vliet
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting voor thuiszorgverlener
Belanghebbende, werkzaam als gediplomeerd ziekenverzorgende in de thuiszorg, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 1992 tot en met 1994. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van het Hof.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende ten onrechte geen omzetbelasting had voldaan op aangifte, mede gelet op een eerder arrest van de Hoge Raad uit 1995. Tevens werd geoordeeld dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden, omdat de werkzaamheden van een ziekenverzorgende niet gelijkgesteld kunnen worden aan die van een verpleegkundige.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst de klachten van belanghebbende af. De stelling dat collega’s geen belasting hoefden te betalen faalt omdat het Hof een waardering van bewijsmiddelen heeft gemaakt die niet onbevoegd kan worden aangetast. Verder is voor de omzetbelastingheffing niet relevant welke andere belastingen of premies belanghebbende verschuldigd is.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verwerpt het cassatieberoep. Het arrest is op 10 november 1999 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting.