ECLI:NL:HR:1999:AA8981
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1993
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ70.274. Vervolgens werd een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ77.074 zonder verhoging. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de navorderingsaanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.
Belanghebbende stelde in cassatie twee middelen aan de orde. Het eerste middel, dat betrekking had op het bewijs van het privégebruik van de ter beschikking gestelde personenauto, werd door de Hoge Raad verworpen omdat het Hof de bewijsmiddelen naar behoren had gewogen. Het tweede middel betrof de vraag of de vergissing in de primitieve aanslag aan belanghebbende zelf of alleen aan haar adviseur kenbaar was geweest. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het oordeel over de kennis van de vergissing aan belanghebbende toerekenbaar was, mede omdat belanghebbende stelde nooit contact te hebben gehad met haar adviseur over het voornemen van de Inspecteur.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof Amsterdam en verwees de zaak naar het Hof ’s-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en werd bepaald dat de Staatssecretaris het griffierecht aan belanghebbende vergoedt. De vraag over vergoeding van kosten voor het geding bij het Hof wordt aan het verwijzingshof overgelaten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Hof ’s-Gravenhage voor verdere behandeling.